Wie tegenwoordig over de Groenestraat in Nijmegen rijdt, ziet een imposant kerkgebouw dat al meer dan een eeuw het straatbeeld bepaalt. Omringd door woningen, winkels en druk verkeer lijkt het alsof de kerk er altijd al midden in de stad heeft gestaan. Maar ruim honderd jaar geleden zag de omgeving er totaal anders uit. Tussen akkers en weilanden van de buurtschap Sint Anna verrees in 1909 een kerk die niet alleen gebouwd werd voor de mensen van toen, maar vooral voor de generaties die nog moesten komen.

Een kerk gebouwd voor de toekomst

Aan het begin van de twintigste eeuw groeide Nijmegen snel. De Antonius Abt-parochie in Hatert werd steeds voller en voor veel inwoners van Sint Anna was de weg naar de kerk lang. Pastoor G. Verhoeven zag dat de bestaande situatie niet houdbaar was. Bovendien verwachtte men dat de stad zich in zuidelijke richting zou uitbreiden. Daarom ontstond het plan voor een nieuwe parochiekerk, midden in een gebied waar nog nauwelijks bebouwing stond.

De uitvoering kwam in handen van bouwpastoor Nicolaas van Erp. Een doorslaggevende rol speelde de Rotterdamse effectenmakelaar J.P. Grewen. Hij schonk ruim 175.000 gulden, een enorm bedrag voor die tijd. Aan zijn gift verbond hij één voorwaarde: de nieuwe kerk moest gewijd worden aan de heilige Antonius van Padua, voor wie hij een bijzondere verering koesterde. Zo ontstond officieel de Heilige Antonius van Padua-Sint Annakerk, al zou zij voor vrijwel alle Nijmegenaren altijd gewoon de Groenestraatkerk blijven.

Op 24 mei 1909 werd de eerste steen gelegd. Architect Albert Margry, afkomstig uit de school van Cuypers, ontwierp een indrukwekkende neogotische kruisbasiliek met twee ongelijke torens. De hoogste toren reikt tot 56 meter en is na de Stevenstoren de hoogste kerktoren van Nijmegen.

Toen de kerk in juli 1910 werd ingezegend, stond zij nog vrijwel alleen in het landschap. Oude foto’s tonen een machtig gebouw dat hoog boven de velden uitstak. Sommigen spraken zelfs over “de voorpost”, omdat de kerk destijds zo ver buiten de stad lag. Maar de verwachtingen kwamen uit. In de jaren daarna groeiden het Willemskwartier, de Hazenkamp en andere wijken rondom de kerk. De stad kwam als het ware naar de kerk toe.

Het hart van het rijke Roomse leven

Rond de Groenestraatkerk ontstond al snel een compleet katholiek centrum. Naast de kerk verrezen een pastorie, scholen, leslokalen en een klooster. Achter het kerkgebouw kwam een eigen begraafplaats. Het leven van duizenden gezinnen speelde zich grotendeels af in de schaduw van de hoge torens.

Het waren de jaren van het rijke Roomse leven. Jongens- en meisjesverenigingen bloeiden op, koren repeteerden wekelijks en processies trokken door de straten. Kinderen bezochten katholieke scholen en talloze verenigingen zorgden voor ontspanning, toneel, sport en liefdadigheid. Voor veel gezinnen was de kerk niet alleen een plaats van gebed, maar het middelpunt van het sociale leven.

Bij de plechtige consecratie in augustus 1910 trok een grote processie door de nieuwe parochie. Banieren wapperden in de wind, koren zongen en honderden gelovigen vierden trots de geboorte van hun nieuwe geloofsgemeenschap. Het was een gebeurtenis die nog lang in het geheugen van de parochianen zou voortleven.

De Groenestraatparochie groeide in de jaren daarna sterk. Uiteindelijk zouden vanuit deze moederkerk verschillende nieuwe Nijmeegse parochies ontstaan. Daarmee drukte de Groenestraatkerk haar stempel op een groot deel van het katholieke leven in de stad.

Oorlog en wederopbouw

De Tweede Wereldoorlog bracht donkere jaren. Nijmegen werd zwaar getroffen, maar de Groenestraatkerk bleef wonderwel grotendeels gespaard. Terwijl andere kerken in de stad zwaar beschadigd werden, bleef het markante gebouw aan de Groenestraat overeind. Daardoor bleef ook veel van het oorspronkelijke interieur behouden.

De oorlog liet echter wel zijn sporen na. De bezetter vorderde de bronzen klokken uit de torens om ze om te smelten voor de oorlogsindustrie. Ook de geestelijkheid werd niet gespaard. Pastoor J. Teulings, die in 1940 aantrad, werd door de Duitsers gearresteerd en belandde uiteindelijk in concentratiekamp Dachau. Na de oorlog keerde hij terug naar Nijmegen, een gebeurtenis die diepe indruk maakte op zijn parochianen.

Na de bevrijding brak een periode van herstel en bloei aan. Onder leiding van pastoor P.J.M. Strijbos beleefde de parochie haar hoogtepunt. In de jaren vijftig en zestig zaten de banken tijdens de vieringen vol en kende het verenigingsleven een ongekende levendigheid. Jubilea werden groots gevierd en de gemeenschap leek hechter dan ooit.

Van volle banken naar monument van herinneringen

Maar de samenleving veranderde. Vanaf de jaren zestig liep het kerkbezoek langzaam terug. Tradities die generaties lang vanzelfsprekend waren geweest, verdwenen geleidelijk. Processies werden zeldzaam, verenigingen hielden op te bestaan en de volle kerken van vroeger werden steeds meer een herinnering.

Toch bleef de Groenestraatkerk bestaan.

Meer dan honderd jaar na de eerste steenlegging staan de twee karakteristieke torens nog altijd fier boven de stad. Achter de kerk ligt nog steeds de oude begraafplaats, waar generaties parochianen hun laatste rustplaats vonden. Tegenwoordig maakt de kerk deel uit van de Heilige Drie-Eenheidparochie en worden er nog altijd vieringen gehouden.

Maar voor veel Nijmegenaren heeft de Groenestraatkerk inmiddels een bredere betekenis gekregen. Zij is meer geworden dan alleen een kerkgebouw. Zij is een monument van herinneringen, een tastbare getuige van een tijd waarin geloof, gemeenschap en dagelijks leven onlosmakelijk met elkaar verbonden waren.

Wie omhoog kijkt naar de hoge toren, ziet meer dan baksteen en glas-in-lood. In de muren van de Groenestraatkerk liggen de verhalen besloten van duizenden Nijmegenaren. Verhalen van doopsels en huwelijken, van oorlog en wederopbouw, van processies en stille gebeden.

En misschien is dat wel de grootste kracht van de Groenestraatkerk. Dat zij, ondanks alle veranderingen van de afgelopen eeuw, nog altijd hetzelfde doet als waarvoor zij ooit tussen de velden werd gebouwd:

een baken zijn.

Een herkenningspunt.

Een plaats die mensen verbindt.

Al meer dan honderd jaar.

Bericht geplaatst door: Peter Weijers

Geef een reactie