Wie nieuwsgierig is naar de spectaculaire opgravingen van het Romeinse badhuis in het Waalfront, kan vanaf deze week terecht in de hal van het Nijmeegse stadhuis. Daar is een kleine expositie ingericht met een selectie van bijzondere archeologische vondsten die de afgelopen maanden zijn gedaan.

Archeologen van RAAP en BAAC legden bij opgravingen in de Romeinse stad Ulpia Noviomagus een groot deel van een indrukwekkend badhuiscomplex bloot. Het gaat om het grootste Romeinse badhuis dat ooit in Nederland is gevonden. Naast de thermen werden ook luxe stadswoningen, straten, een toren en duizenden gebruiksvoorwerpen ontdekt.

De vondsten geven een uniek inkijkje in het leven van de bewoners van Nijmegen-West, die ongeveer 1.800 tot 1.900 jaar geleden in grote welvaart leefden. Zo zijn onder meer sieraden, munten, benen haarspelden, zegelringen en delen van bronzen beelden opgegraven. Een van de opvallendste objecten is een bronzen buste van de Romeinse wijngod Bacchus, die vermoedelijk onderdeel was van een schenkkan of meubel en later als gewicht aan een weegschaal werd gebruikt.

Ook de resten van het badhuis zelf zijn bijzonder goed bewaard gebleven. Archeologen troffen onder meer waterafvoerkanalen, vloeren en bakstenen pijlers van het Romeinse vloerverwarmingssysteem aan. Twee funderingsmuren van natuursteen staan zelfs nog tot twee meter hoog overeind. Er wordt onderzocht hoe deze resten zichtbaar kunnen blijven in de toekomstige nieuwbouw.

Uit het onderzoek blijkt bovendien dat dit deel van de Romeinse stad veel langer in gebruik is gebleven dan eerder werd aangenomen. Vooral de vele munten uit de derde eeuw na Christus wijzen erop dat het gebied ook toen nog een belangrijke rol speelde.

Het badhuis maakte deel uit van de Romeinse stad Ulpia Noviomagus, die rond het jaar 100 na Christus stadsrechten kreeg van keizer Trajanus. Met een oppervlakte van minimaal 4.900 vierkante meter was het complex ongeveer twee keer zo groot als de bekende Romeinse badhuizen in Voorburg en Heerlen.

Op de voormalige industrielocatie in het Waalfront verrijst de komende jaren een nieuwe woonwijk. Daarbij blijft de geschiedenis zichtbaar. Zo krijgt het gebied een Thermenplein, waarvan het ontwerp is geïnspireerd op de plattegrond van het Romeinse badhuis, en worden elementen uit de Romeinse architectuur verwerkt in de nieuwbouw.

Wethouder Erfgoed Tobias van Elferen noemt de opgraving een belangrijke aanvulling op de geschiedenis van Nijmegen. Volgens hem bevestigen de vondsten opnieuw dat Nijmegen de belangrijkste Romeinse stad van Nederland was en een welvarende plek waar het leven zich niet alleen afspeelde rondom handel en bestuur, maar ook ontspanning een belangrijke rol speelde.

De kleine expositie met een selectie van de vondsten is sinds 29 juni te bekijken in de hal van het Nijmeegse stadhuis. De opgravingen in het Waalfront lopen nog tot en met juli.

Bericht geplaatst door: De Redactie

Geef een reactie