Voor Kelderman betekende de overwinning veel meer dan alleen de rood-wit-blauwe kampioenstrui. De ervaren coureur stond jarenlang bekend als recordhouder van een weinig benijdenswaardige statistiek: maar liefst 159 top 10-noteringen in WorldTour-wedstrijden, zonder ooit een overwinning op het hoogste niveau te boeken.
Hoewel het NK niet tot de WorldTour behoort, voelt deze overwinning als een enorme bevrijding. Zijn laatste profzege dateerde alweer uit 2015, toen hij de nationale titel in het tijdrijden veroverde. Een overwinning in een wegwedstrijd had hij zelfs nog nooit op zijn palmares staan.
Vanaf de eerste kilometers op het zware parcours rond Nijmegen en Berg en Dal maakte Kelderman duidelijk dat hij niet naar het NK was gekomen om af te wachten. De aanvallende renner koos al vroeg de aanval en sloeg op 68 kilometer van de finish definitief toe.
Aanvankelijk kreeg hij gezelschap van Tim Marsman en Darren van Bekkum, maar de kopgroep viel langzaam uiteen. Van Bekkum moest op veertig kilometer van de streep lossen op de steile hellingen, waarna Marsman tien kilometer later eveneens het antwoord schuldig bleef toen Kelderman opnieuw versnelde.
Vanaf dat moment reed de voormalig nummer drie van de Giro d’Italia van 2020 een indrukwekkende solo. Achter hem probeerden de achtervolgers nog terug te keren, maar Kelderman bleek ongenaakbaar. Zijn voorsprong groeide kilometer na kilometer.
Met een voorsprong van liefst 1 minuut en 15 seconden kwam Kelderman uiteindelijk solo over de finish. Achter hem sprintte Bauke Mollema naar het zilver, maar de hoofdrol was volledig voor de man die na elf jaar wachten eindelijk weer eens zijn handen juichend in de lucht mocht steken.
Voor Kelderman is de nationale titel niet alleen een prachtige beloning voor zijn aanvallende koers, maar ook de kroon op een loopbaan waarin hij ondanks talloze tegenslagen en ereplaatsen altijd bleef geloven in zijn eigen kansen. Zondag werd dat geduld eindelijk beloond.
